Platform

OostalArm

Actueel
  • Home
  • Nieuws
  • Projecten
OostalArm
  • Wat is OostalArm
  • Historie
    • Beginselverklaring WVA
    • Beginselverklaring OostalArm
    • Projectvoorstel
    • Tips
  • Artikelen
  • Cartoons
  • Citaten
  • Samenwerking
  • Contact

PostHeaderIcon Projectvoorstel

Afdrukken E-mailadres

Voorstel Consumer-run Project

Armoedebestrijding

 

 

door Platform OostalArm

I WAT IS PLATFORM OOSTALARM?

Platform OostalArm is een bundeling van leden van belangen- en zelforganisaties die te maken hebben met problemen op het gebied van armoede. Het brengt diverse mensen bijeen: baanloos, in de WAO, ouderen, migranten, in de bijstand, alleenstaande ouders, dak- en thuislozen, (ex) psychiatrische cliënten. Zij hebben gemeen dat zij eerder leven onder dan op het bestaansminimum. Het platform is in het voorjaar van 2000, in samenwerking met het Oecumenisch Kerk- en Buurtwerk Oost, door leden van de deelnemende organisaties zelf opgericht. Het is geregistreerd als Stichting bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam onder nummer

Platform OostalArm organiseert bijeenkomsten voor de leden van de eigen achterban als wel als voor buurtbewoners. Deze zijn bedoeld om ervaringen uit de wisselen, elkaar te ondersteunen en onderling te discussiëren. Maar ook om zonodig ervaringen te boek te stellen, en om op basis van die ervaringen actiepunten op te sporen. Met deze actiepunten treedt Platform OostalArm in contact met andere belangenorganisaties, de politiek en de publiciteit.

II DOELSTELLING PROJECT

Armoedebestrijding

Conform de eigen doelstellingen en in overeenstemming met het project Samen Buurten samen Binden, wil OostalArm het initiatief nemen tot een project dat gericht is op de bestrijding van de armoede onder de minima in Amsterdam Oost. Een project dat verschilt van bestaande projecten, doordat het geïnitieerd en beheerd wordt door de betroffenen zelf.

‘Consumer-run’

De elementen: zelfbeheer, ervaringsdeskundigheid en eigen verantwoordelijkheid, vormen tegelijkertijd werkwijze als doel van dit project. Wezenlijk is het dat faciliteiten niet van hogerhand worden geboden, maar door de betroffenen zelf worden beheerd. Door zo zelf aan de slag te gaan, kunnen de betroffenen zich maatschappelijk manifesteren.

Buurtcohesie en opheffing sociaal isolement

De bedoeling is dat mensen de beschikking krijgen over de mogelijkheden om zelf hun eigen levenspeil te verbeteren. Overeenkomstig de doelstellingen van armoedebestrijding in bredere zin is dit niet alleen gericht op verbetering van de materiële levensvoorzieningen, maar ook op de opheffing van het sociaal isolement waarin veel minimum-inkomens verkeren.

Hierbij moet ook worden gedacht aan de migrantengroepen die vaak geen aansluiting hebben bij de andere buurtbewoners. In die zin moet het project ook de functie krijgen de buurtcohesie te vergroten.

Empowerment

Bovendien biedt dit project mensen de mogelijkheid hun door langdurig maatschappelijk buiten spel staan aangetaste zelfrespect weer te versterken. Het zelf aan de slag kunnen gaan, samen met buurtgenoten, in een zelfbeheerde activiteit, biedt de mogelijkheid productief bezig te zijn en daardoor zelfvertrouwen en erkenning te krijgen.

III THEORETISCHE ONDERBOUWING

 

In de praktijk blijkt dat gelden die uitgetrokken worden voor armoedebestrijding, slechts in geringe mate daar terechtkomen waar ze bedoeld zijn. De financiering van projecten ten behoeve van de minima wordt vooral gebruikt voor overheadkosten van de gevestigde instellingen. Om te zorgen dat geen geld verspild wordt, kunnen de gelden voor armoedebestrijding beter direct gestoken worden in projecten die door de doelgroep zelf zijn opgezet.

Bovendien blijkt dat goed bedoelde, maar over de hoofden van de gebruikers heen opgezette projecten uiteindelijk niet aanslaan. Een initiatief van de betroffen groep zelf zal uitgaan van ervaringsdeskundigheid, andere wegen kiezen en daardoor eerder aanslaan. De mensen kennen zelf het beste de gaten in de zorg.

Daarnaast leiden de door andere instellingen ten behoeve van de minima gestarte projecten aan het onbedoelde bijverschijnsel dat betroffenen door gehanteerde opzet in een passieve rol worden gedrukt. Waar minimabeleid pretendeert juist de betroffenen maatschappelijk te mobiliseren, leidt een top-down benadering tot het tegendeel. Een activerende benadering moet ook in de organisatievorm van een project tot uiting komen. Dat wil zeggen dat minimagroepen beter zichzelf kunnen activeren dan door instellingen geactiveerd worden. Deze gedachtengang mondt uit in een consumer-run opzet.

De belangenbehartiging van minima-groepen staat op de tocht, belangenorganisaties komen qua personele bezetting de laatste tijd in ernstige problemen door het arbeidsmarktgerichte beleid. Dit schaadt de rechtspositie van de minimagroepen. En het verklaart ook de oprichting én de bestaansnoodzaak van Platform OostAlarm, dat zich naast belangenbehartiging nu ook inzet voor de volgende stap: de ontwikkeling van een consumer-run project. Dit kan op het gebied van armoedebestrijding een wezenlijke bijdrage leveren. Een consumer-run aanpak betekent dat de minima zelf het heft in eigen hand nemen om het minima-beleid effectief uit te voeren.

 

Een consumer-run aanpak wil zeggen dat niet alleen de inhoud van een project aan de orde is, maar bovenal de vorm. De gekozen activiteiten zijn van secundair belang vergeleken met hoe deze gekozen worden. Bij een consumer-run aanpak ligt de nadruk op het in handen geven van een maatschappelijke verantwoordelijkheid aan de desbetreffende groep. Juist de keuze om een probleem door de betroffenen zelf aan te laten pakken, geeft los van de feitelijke invulling, een bijdrage aan de opheffing van de probleemsituatie.

Mensen krijgen de regie over de invulling van hun eigen leven. Dat maakt ze ook minder afhankelijk van de inzet van professionele hulpverleners.

Op het moment dat mensen met een minimum-inkomen zelf activiteiten kunnen opzetten en ontplooien is er een uitweg gemaakt uit de vicieuze cirkel van armoede en maatschappelijk isolement. Het consumer-run project dat door OostalArm wordt voorgesteld is een voorwaarde-scheppend project. De concrete activiteiten die eruit voortkomen kunnen uit de aard van de aanpak niet tevoren worden aangegeven en zijn vooralsnog van secundair belang.

 

Consumer-run projecten hebben de volgende kenmerken:

 

  • Er wordt gewerkt vanuit het perspectief van de betroffenen zelf. De visie op armoede en armoedebestrijding is wezenlijk anders wanneer bekeken door de betroffenen zelf.
  • Ze zijn betroffenen-gestuurd: De aansturing en het beheer gebeurt door de betroffenen, de leden van de doelgroep zelf, eventueel ondersteund door een (minderheid) van professionals.
  • Ervaringsdeskundigheid is de basis waarop het project draait. Professionele deskundigheid speelt een ondergeschikte rol. Primair is de erkenning van de ervaringsdeskundigheid die mensen hebben als het gaat om hun eigen situatie.
  • Er is sprake van een kwalitatieve aanpak. In plaats van op statistieken, is de benadering gebaseerd op kwalitatieve informatie, op het levensverhaal van de doelgroep.
  • Een consumer-run project is een vorm van empowerment van een groep die zo zelfvertrouwen krijgt om zichzelf te helpen uit een ongunstige maatschappelijke situatie te komen.
  • Een consumer-run aanpak is een manier om sociale activering gestalte te geven. Het is een zelf-activering van onderop, in tegenstelling tot de passief makende ‘activering’ door professionele instellingen.

 

In de wereld van de Geestelijke Gezondheids Zorg is het consumer-run principe al langer bekend. Het is een verdere fase in het emancipatie-proces van (ex-)psychiatrische patiënten. De eerste fase is het slachtoffergevoel, men klaagt bij elkaar. De volgende fase is verzet. Men bestrijdt wantoestanden en formuleert eisen. De derde fase is die van medezeggenschap. Er komt inspraak en eisen worden op papier gezet. Maar in de praktijk klopt er nog altijd veel niet. Daarom gaat deze groep nu de vierde fase van het proces in. Er ontstaan zelfhulpgroepen op gebied van werken, wonen en dagbesteding. Dit zijn consumer-run projecten. Vandaar dat er in de volgende paragraaf ook praktijkvoorbeelden uit deze wereld van de ggz worden aangehaald.

 

 

IV PRACTISCHE ONDERBOUWING

Enige praktijkvoorbeelden van consumer-run projecten:

 

Stichting Hart en Ziel te Tilburg, is opgericht in 1997. Het ontstond als initiatief van een groepje baanlozen, die samen activiteiten wilden starten. Dit betrof in eerste instantie een eetclub, een krantje en het onderhoud van een moestuin.

Als stichting richt Hart en Ziel zich op het steunen en stimuleren van mensen en hun arbeid.

De stichting werd gehuisvest in een voormalig gehandicapteninstituut, er gingen verschillende projecten draaien met een gezamenlijke deelname van ong. 100 mensen, voornamelijk uitkeringsgerechtigden en arbeidsongeschikten.

Vanaf het begin zorgde de gemeente voor financiering van de werkruimte. Het eerste jaar had dit het karakter van een startsubsidie, de laatste jaren subsidie zonder voorwaarden.

De afzonderlijke projecten worden door telkens andere fondsen bekostigd. Twee werkplekken zijn ingevuld als ID baan. Daarnaast werken er nog verschillende vrijwilligers.

De organisatie is opgezet volgens het consumer-run principe. Zowel de deelnemers, de vrijwilligers, als de bestuursleden behoren tot de doelgroep van uitkeringsgerechtigden.

De stichting wordt door de gemeente erkend als een organisatie die zich inzet om met name langdurig baanlozen weer in beweging te zetten.

 

voorbeelden uit de GGZ (Geestelijke Gezondheids Zorg)- wereld:

 

De door RIAGG-cliënten beheerde ACC (Amsterdamse Computer Club) in Amsterdam is gestart via een prijsvraag, waarbij cliënten ideeën konden indienen. Het plan voor een computerclub voor GGZ-cliënten heeft toen een bedrag van 50.000 gulden gewonnen. In eerste instantie kwam dit uit de pot van Mentrum. Later heeft Agis een jaarlijks bedrag toegekend om de club draaiende te houden. Ondersteuning wordt hierbij geboden vanuit het IGPB (Instituut voor GebruikersParticipatie en Beleid).

Deze subsidiëring heeft te maken met het nieuwe beleid in de GGZ, waarbij het geld niet meer alleen naar ziekenhuizen en klinieken gaat, maar ook direct naar de patiënten c.q. cliënten, die dan zelf meer zeggenschap krijgen over hun behandeling.

Deze benadering gaat uit van het idee dat cliënten gestimuleerd moeten worden om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor hun behandeling, in plaats van ze afhankelijk te laten worden van alsmaar duurdere en grotere "gezondheidszorgfabrieken".

 
Het Werktredenplan in Haarlem is een initiatief van de Cliëntenbond in de GGZ afd. Zuid-Kennemerland. In samenwerking met Sociale Zaken en Werkgelegenheid Haarlem worden sinds 1998 (ex-)psychiatrische patiënten begeleid in de richting van vrijwilligerswerk en betaalde baan. 

Het Werktredenplan is een door cliënten beheerd project, dat uitdrukkelijk uitgaat van het cliëntenperspectief. Het is een vorm van arbeidsrehabilitatie die verwant is aan de Individuele Rehabilitatie Benadering. Aangezien het een project is vóór en dóór cliënten, is hierbij de vertrouwensrelatie tussen begeleider en cliënt de basis van het proces.

 

 

V WERKWIJZE

Het project verloopt in te onderscheiden fasen. De voorbereidende fase (looptijd 6 maanden) wordt in gang gezet door OostalArm. In deze fase wordt het idee van het consumer-run project geïntroduceerd bij de groepen van minima in Oost. Via de persoonlijke contacten met mensen uit de eigen achterban van elk lid van OostalArm, alsmede door het organiseren van bijeenkomsten rond dit thema.

 

Op het moment dat de daarvoor benodigde faciliteiten in termen van een zelfstandige kantoor- en vergaderruimte en voorlichtingsfinanciering beschikbaar is, kan fase één (looptijd een jaar) van start gaan.

Activerend buurtonderzoek: begin van het project en tegelijk eerste deelproject is het onderzoek naar de bij de minima-huishoudens in de buurt levende wensen voor nieuwe buurtactiviteiten. Dit onderzoek wordt opgezet volgens de principes van participerend en activerend onderzoek. Bedoeling is dat tegelijk met de inventarisatie van wensen, de desbetreffende mensen ook worden gesteund in het zelf vormgeven van de realisering ervan.

Er dient dus een inventarisatie gemaakt worden van

  • de wensen bij de betroffenen voor nieuwe activiteiten in de buurt
  • en bereidheid van de betroffenen om er zelf aan mee te werken
  • en de daarvoor noodzakelijke voorwaarden

Dit kan gebeuren met behulp van een enquête, huisbezoeken, bijeenkomsten, of een ideeënbus.

Er is een promotiecampagne nodig, met folderverspreiding, voorlichting over mogelijkheden, en een prijsvraag.

 

De tweede fase (looptijd een jaar) van het project wordt vormgegeven vanuit het werkplaatsidee. Er moet een ontmoetingsruimte worden gecreeërd, waarin de onderlinge contacten van de buurtbewoners, gestimuleerd door de projectmedewerkers, kunnen uitmonden in realiseerbare buurtactiviteiten. Binnen deze werkplaats worden zo deelprojecten geïnitieerd, ontwikkeld en gefaciliteerd vanuit de aanwezige gelden.

 

Hoe kan zo’n consumer-run project eruit zien, welke deelprojecten zijn mogelijk?

  • Het eigen onderzoek naar de behoeften aan buurtvoorzieningen, volgens de opzet van een Cliëntenpanel, kan op zich als een deelproject worden beschouwd.
  • Het opzetten van wederzijdse steun bij contacten met DWI en andere instanties. Dit kan uitmonden in een functie van een bij het rayonkantoor gestationeerde cliënt-vertrouwenspersonen.
  • Het organiseren van een Sociaal Café kan gelegenheid bieden tot discussies over de eigen situatie in breder maatschappelijk verband
  • Verder kan een deelproject zijn dat mensen een cursus sociale wetgeving volgen om elkaar te kunnen ondersteunen bij het doen van aanvragen, het invullen van formulieren, etc.
  • Zelfhulp vóór buren dóór buren kan centraal worden gecoördineerd in een inloophuis. Hierbij kan het principe van time banking worden geïntroduceerd.
  • Er kan een buurtkoor of buurt theatergroep worden opgezet voor optredens bij buurtevenementen.
  • Omwonenden kunnen het beheer en onderhoud van een plein op zich nemen.
  • Een netwerk van migrantenvrouwen kan cursussen organiseren, zoals training inburgeringstest, fietsen, etc.

 

 

Voor al deze activiteiten geldt dat mensen ondersteuning vanuit de stichting nodig hebben, en kunnen rekenen op vrijwilligerswerkvergoedingen.

 

Een consumer-runproject hoeft niet tot vrijwilligerswerk beperkt te blijven. Als spin-off kan het buurtonderzoek resulteren in een eigen onderzoeksburo of een academie van ervaringsdeskundigheid.

Wat nu duur betaalde arbeidsreïntegratiebureau’s doen, daarin zouden ook DWI-cliënten vanuit hun ervaringsdeskundigheid een rol kunnen vervullen.

Zo kunnen minima op deze manier eigen werkgelegenheid creëren.

 

 

VI BENODIGDE FACILITEITEN

Gegeven het groeikarakter van dit project, zal gedacht moeten worden aan een startfase, met daaropvolgend een ontwikkeling tot een volwaardig buurtproject.

 

Vanaf fase 1 is er kantoor- en vergaderruimte nodig. Met de daarbij horende faciliteiten als telefoon, computer, copiëerapparaat etc. Er zal de mogelijkheid moeten zijn publiciteit te maken zowel schriftelijk als door het organiseren van vergaderingen en bijeenkomsten.

 

Bij fase 2 is een gunstig gesitueerde ontmoetingsruimte c.q. activiteitenwerkplaats onmisbaar in verband met toegankelijkheid vanuit de buurt. Er zou bij aanvang van deze fase al met bepaalde activiteiten gestart kunnen worden als voorbeeldfunctie voor wat beoogd wordt. Dit vergt dan weer extra voorzieningen.

 

 

VII BENODIGDE DESKUNDIGHEID

 

Uitgaande van het consumer-run karakter van het project, is er ervaringsdeskundigheid nodig vanuit de positie van de minima. Deskundigheid in het vormgeven van een consumer-run aanpak, ervaring in het stimuleren van zelfredzaamheid is nodig. Deze deskundigheden zijn bij de leden van Platform OostAlarm aanwezig.

Ook zijn voor het opstarten van het project lopende contacten met belangen- en zelfgroepen in de buurt onmisbaar. Platform OostAlarm heeft de afgelopen jaren actief gewerkt aan voortdurende uitbreiding van de bestaande contacten met in de buurt werkzame belangengroepen en buurtinitiatieven als wel individuele actieve buurtbewoners.

Enige organisatie-ervaring, alsmede contacten met de in de buurt gevestigde instellingen is nodig. Door het organiseren van buurtgerichte bijeenkomsten door Platform OostAlarm in de afgelopen jaren, bestaat er reeds een vorm van samenwerking met buurthuizen, MDSO’s, en andere instellingen.

Bij bepaalde projecten waar begeleiding nodig is, kunnen deelnemers met meer ervaring als zodanig optreden vanuit hun ervaringsdeskundigheid.

 

Er moeten in ieder geval twee medewerkers in dienst zijn voor ieder minimaal 24 uur per week voor coördinatie, planning, en externe contacten.

Daarnaast zal ook externe deskundigheid ingehuurd kunnen worden.

 

 

VIII BEGROTING

 

 

Fase één

Kosten aanstelling twee medewerkers (2 x € 40.000=) € 80.000

Huur (30 m² voor kantoor, vergaderruimte, sanitair/klein keukenblok ) € 4.500,=

Inrichting (keukenblok, sanitair, electriciteit/verlichting, vloerbedekking,

Gas- en waterleiding, telefoonaansluiting etc.) € 5.000,=

Inventaris (archiefkast, meubels, computer, printer, keuken- en kantoor-

benodigdheden, etc.) € 5.000,=

Telefoon- / fotocopieerkosten € 2.000,=

Kosten activerend buurtonderzoek € 1.000,=

Promotie- en voorlichtingsmateriaal € 1.000,=

Kosten prijsvraag € 2.500,=

Kosten vrijwilligersvergoedingen € 1.000,=

Totaal € 102.000.=

 

 

Fase twee

 

Kosten aanstelling twee medewerkers (2 x € 40.000=) € 80.000

Huur (kantoor, vergaderruimte) € 4.500,=

Huur (30 m² werkplaats) € 4.500,=

Inrichting en inventaris werkplaats € 9.000,=

Telefoon- / fotocopieerkosten € 2.000,=

Kosten vrijwilligersvergoedingen € 1.000,=

Totaal € 101.000,=

 

© Platform OostalArm 27 –06 – ‘07

 

 

Copyright © 2010 OostalArm.
All Rights Reserved.

Based on a template designed by JB Joomla Templates.